Danish Word Lists

aan  upon, to
aangenomen naam  named, alias, also known as, assumed name, accepted surname
aangiften  intentions (marriage), declarations
aannemen  to adopt (a child), to assume, to take on
aanneming  confirmation
aannemingsdag  day of confirmation
aanstaande  next, toward, following, expectant, future, impending
aanval  stroke, attack
aarde  earth (buried in), ground
aardrijkskundig woordenboek  gazetteer
acht  eight
achtenswaardig  respectable, honorable
achtentwintig  twenty-eight
achtentwintigste  twenty-eighth
achterkleindochter  great-granddaughter
achterkleinzoon  great-grandson
achternaam  surname, last name
achtste  eighth
achttien  eighteen
achttiende  eighteenth
adel  nobility
adellijk  noble, titled
aderlating  bleeding, bloodletting
adresboek  directory
advocaat  notary, lawyer
afkondigen  to post banns
afkondigingen  proclamations, banns
afschrift(en)  extract, duplicate record, transcript, certified copy
akte  certificate, deed, license
alhier  here, at this place, locally
alle  all, every
alleen  alone, single, only
altijd, steeds  always
ambt  office
ambtenaar  official, registrar, civil servant, clerk
ander(s)  other
anders genoemd  alias, also known as
anno Christian year
apostolisch  Apostolic
April  April
arbeider  laborer
archief  archive
Augustus  August
avond ('s avonds)  evening, (in the evening)
Avondmaal  communion, sacrament 
bad(plaats)  resort, spa, bath
baker  dry nurse
bakker  baker
bedelaar  beggar
bedrag  fee, amount (of money)
bedrijf  trade, business, concern
begraafplaats  cemetery
begrafenis  funeral
begraven  to bury
behoeftigden  needy, indigent
behoren  to belong to
beide  both
bejaard  aged
bekende  acquaintance
belasting  taxation
Belg(isch)  Belgian
BelgiŽ  Belgium
bemerking  remarks
benadering  approximation
berg  mountain
beroep  trade, occupation
beschrijving  description
beslagnemen  to seize
besnijdenis  circumcision
bet-overgrootvader  second great-grandfather
bet-bet-overgrootvader  third great-grandfather
betrekking  in relation to, relatives
betuiging  declaration, expression
bevolking  population
bevolkingsregister  population register
bewaarder  guardian, warden
bewijs  certificate, proof
bewijs van overlijden  death certificate, proof of death
bewijs van trouwen  marriage certificate, proof of marriage
bidden  to request, to pray
bijlagen  supplemental documents
bijna  almost, nearly
bijnaam  surname, nickname
bijzit  mistress, concubine
binnenkant  inside
biografie  biography
bisdom  diocese
bladzijde (blz.)  page
bloeimaand  May (blossoming month)
boek  book
boer  farmer
boerenarbeider  cottager, farmhand, worker
boerenknecht  farm worker
bos  woods, forest (new version of the word)
bosbaas  forester
bosch  woods, forest (old version of the word)
boswachter  forester
boven  above, over, upstairs
braaf  honest, worthy, good
broeder, broer  brother
brouwer  brewer
brug  bridge
bruid  bride
bruidegom  bridegroom
buiten(kant)  outside
buitenechtelijk  illegitimate
burgemeester  mayor
burgelijke administralie  civil administration
burger  citizen
burgerboek  citizenship book
burgerlijke ambtenaar  civil registrar
burgerlijke stand  civil registration, civil administration
burgerschap  citizenship
buurman  neighbor
buurtschap  neighborhood 
communicanten  members, communicants
comparant  one who appeared
compareerde  appeared before
confirmatie  confirmation 
daar(heen)  there
dag  day
dag der begravenis  burial day
dagelijks  daily
dagloner  day worker, day laborer
dagteekening  document date
dal  valley
dat  that
datum  date
de  the
December  December
deden  done
deed  did
deel  volume, part of
Deen  Dane
Deens  Danish
degenen  those
Denemarken  Denmark
derde  third
dertien  thirteen
dertiende  thirteenth
dertig  thirty
dertigste  thirtieth
des  of the
dewelke  of which, the which
deze  this, these
diarree  diarrhea
die  those, that
dienst  service, employment
dienstbode  servant
dienstmeisje  servant girl
dienstsmeid  maid
dinsdag  Tuesday
diocees  diocese
dit  this
dochter(tje)  (little) daughter
doen  to do
dominee  minister
donderdag  Thursday
dood  dead
dood geboren  stillborn
doodgraver  sexton, grave digger
doop  baptism, christening
doopdag  day of baptism
doopregister  baptismal register
doopsgezinde  Mennonite, Baptist
doopvader  godfather, baptismal sponsor
door  through, by
dopen  to baptize
dorp  village
drie  three
drieŽntwintig  twenty-three
drieŽntwintigste  twenty-third
drupped  gout
Duits  German (language)
Duitser  German (person)
Duitsland  Germany
duizend  thousand
duizendste  thousandth
duplicaat  duplicate
dysenterie  dysentery 
echt  marriage
echtbreker  adulterer
echtelieden  spouses
echtgenoot  husband
echtgenote  wife
echtgenoten  husband and wife, spouses
echtscheiding  divorce
echtverbintenis  marriage
edel(man)  noble(man)
een  a, an, one
eenendertig  thirty-one
eenendertigste  thirty-first
eenentwintig  twenty-one
eenjarig  annual, yearly
eerder  before, previously, earlier
eergisteren  day before yesterday
eerlijk  honest
eerste  first
eertijds  formerly
eeuw  century
ehelieden  spouses
eigenaar  proprietor
eigengeŽrfde  yeoman, freeholder
eiland, eilant  island
elf  eleven
elfde  eleventh
elk  each, every
emigrant  emigrant
emigranten register  emigration file
emigratie papieren  emigration records
en  and
enig  only, single
erfenis  inheritance
ervan  of it
ervoor  for it
evangelisch  evangelical 
fabriek  factory, mill
familie-geschiedenis  family history
familieleden  relatives
familielijst  family group sheet
familienaam  family name, surname
familiewapen  coat of arms
Februari  February
feestdag  feast day, holiday
fiches  index cards
florijn  guilder
Frankrijk  France
Frans  French 
gangbaar  current
geboorte  birth
geboorteakte  birth certificate
geboortebewijs  birth certificate, proof of birth
geboorteplaats  place of birth
geboortetijd  time of birth
geboortig  born at, native of
geboren  born, maiden name, nťe
gedoopt  baptized, christened
geelzucht  jaundice
geen  no, none, without
geestelijke  priest, clergyman
gegeven  given, gave
gehucht  hamlet
gehuwd  married
geld  money
gelijk  same, alike, similar
gemeenschap  community, township
gemeente  town, municipality, parish
gemeenteraadslid  councilman, town councilor
genaamd  named
genaamt  named
genealogie  genealogy
gerechtelijk(e)  court, judicial
gerechtshof  judicial court
gereformeerde  Calvinist Reformed
gering  small
gescheiden  divorced
geschenk  deed, gift, present
geschiedenis  history
geslacht  sex, gender
geslachtsboom  pedigree, family tree
gestorven  died
gestorven zonder, nageslacht  died without issue
getrouwd  married
getuigen  witnesses
gewesen  former
gezegend  blessed, the deceased
gezin  immediate family
gezindheid  religious affiliation
gezinslijst  family group sheet
gezwel, gezwollenheid  swelling, tumor
gezworene  juryman, person under oath
gisteren  yesterday
Godsbeschikking  dispensation, God's will
godsdienst  religion
goed  good, right, correct
graaf  count, earl
graafschap  county, shire
graf  grave, tomb
grasmaand  April
grens  border (between countries)
grensgebied  border, region
groen  green
groet  greet, greeting
grondeigenaren  property owners
groot  large, big, great
groothandelaar  trader, merchant
grootmoeder  grandmother
grootvader  grandfather
gulden  guilder (unit of money) 
haar, hare  hair, her, hers
had(den)  had
half  half
halfbroeder  half brother
halfzuster  half sister
handel  trade, occupation
handtekening  signature
handwerksgezel  journeyman
hebben  to have
heden  today
heel  all, whole, entire
heer  master, gentleman, Mr.
Heer  the Lord
heerschappen  gentry, lords
hem  him
hen, hun  them, their, theirs
herbergier  innkeeper
herder  shepherd
herfst  autumn, fall
herfstmaand  September
Hernhutter  Moravian
hertog  duke
hertogdom  duchy
hertogin  duchess
hervormde  Dutch reformed
Hessisch  Hessian
het  it, the
heuvel  hill
hij  he
hoe  how
hoer  harlot, immoral woman
hoesten  cough
hoger  upper, higher
Hollands  Dutch
honderd  hundred
honderdste  hundredth
hoog  high
hooimaand  July
houtvester  forester
huidziekte  measles
huis  house
huisgezin  immediate family
huisland  home, native country, homeland
huisvrouw  housewife
huizenkant  inside
hun  their
huwelijksaangiften  marriage intention
huwelijk  marriage
huwelijksaf(aan)-kondigingen  marriage banns
huwelijksbijlagen  marriage supplements
huwelijksdag  day of marriage
huwelijksfeest  wedding
huwen  to marry 
immigrant  immigrant
in  in
ingekommen  arrival, immigration
ingezetenen  citizen, occupants
inhoud  contents
inwoner  inhabitant, citizen
is  is
Italiaans  Italian
ItaliŽ  Italy 
jaar, jaren  year, years
jaarlijks  annual, yearly
jager  hunter
Januari  January
j.d. (jonge dochter)  unmarried daughter
j.g. (jong gezel)  young man, bachelor
jicht  gout
j.m. (jonge man)  young man, bachelor
jong(e)  young
jongeling  a youth, unmarried man
jongen  boy
Jood  Jew
joodse  Jewish
juffrouw  Miss, Madame
Juli  July
Juni  June 
kamer  room (in a house)
kan  can
kanaal  canal
kanker  cancer
karman  coachman
kasteel  castle
katholiek  Catholic
keizerlijk  imperial
keizerrijk  empire
kerk  church
kerkboek  parish register
kerkelijk(e)  church (pertaining to church)
kerkelijk ambt  parish office
kerkeraads-handelingen  church minutes
kerkgenootschap  religious affiliation
kerk meester  church warden
kerk voogt  church warden
kil  stream, brook
kind, kinderen  child, children
kinkhoest  whooping cough
klapper  index
kledinghandelaar  clothier
kleermaker  tailor
klein  little, small
kleindochter  granddaughter
kleiner  smaller, lesser
kleinzoon  grandson
klompenmaker  wooden shoemaker
km.  kilometer
knecht  servant, laborer, journeyman
kohier(en)  register(s), ledger(s)
koning  king
koningin  queen
koninklijk  royal
koninkrijk  kingdom
koopman  seller, vendor, trader, merchant
kopen  to buy
koperslager  coppersmith
koster  sexton
kraambed  childbed (died in childbirth)
kraambedkoorts  puerperal fever, childbed fever
kramer  seller, vendor, peddler
krampachtig  convulsions
krampen  cramps, convulsions
krijgen  to receive
kuiper  cooper
laat, laatste tijd  late (in the day), lately
laatste  latter, last
lakenvoller (-volder)  clothier, fuller
land  land, country
landbouwer  farmer
landgoed, landbezit  estate
landkaart  map
landlieden  farmers
landman  cottager, farmer
land verlatend  emigrant
laten  to let, leave, allow
leeftijd  age
leerjongen  apprentice
leerling  student, apprentice, pupil
leggen  to place, put, impose, to lay
lente  spring (season)
lentemaand  March
leven  to live
levend  living
levenloos  stillborn, without life
levens-beschrijving  biography
lidmaten  members, membership
linker hand  left hand
links  left (direction)
linnenwever  linen weaver
logementhouder  innkeeper
longontsteking  pneumonia
longtering  consumption, tuberculosis
looier  tanner
louwmaand  January
lutheraan  Lutheran
lijk  corpse
lijnslager  rope maker 
maagd  virgin, maid, servant girl
maand  month
maandag  Monday
maar  but
Maart  March
mag  may (might)
makelaar registers  real estate registers
man  husband, man
mannelijk  male
markt  market
mazelen  measles
meer  lake, more
meerderjarige  of legal age
Mei  May
meier  tenant farmer, bailiff
meisje  girl
melkerij  milk factory, dairy
melkfabriek  milk factory, dairy
mengel (mingel)  liquid measure, about one to two quarts
met  with
met name  named, alias
metselaar  mason, bricklayer
meubelmaker  furniture maker
middag ('s middags)  afternoon (in the afternoon)
middernacht  midnight
mijnheer  Mr.
mijnwerker  miner
militaire  military
minderjarige  minor, below legal age
misschien  maybe, perhaps
missen  to miss, lack
mocht  might
moeder  mother
moet(en)  must
mogen  may (might have), to allow
molen  mill
mondig verklaring  declaration of being of legal age
morgen  unit of land area, about two acres
morgen ('s morgens)  morning, tomorrow (in the morning)
mijl  mile (varying lengths, up to 5.5 km.) 
na  after
naaister  seamstress
naam  name
naar  to, toward, for, according to
naar gelang van  to, after, according to
naast  beside, following, next (to)
nabijkomen  approach, approximate
nabuur  neighbor
nacht ('s nachts)  night (in the night)
namen  names
namiddag, ('s namiddags)  afternoon (in the afternoon)
neder  low, lower (directional)
Nederland  the Netherlands
Nederlands  Dutch
neef  nephew, male cousin
neefje  nephew, young male cousin
negen  nine
negende  ninth
negenentwintig  twenty-nine
negenentwintigste  twenty-ninth
negentien  nineteen
negentiende  nineteenth
negentig  ninety
negentigste  ninetieth
neger  Negro
nicht  niece, female cousin
nichtje  niece, young female cousin
niet(s)  no, none, not
niets  nothing
nieuw  new
nimmer  never
noemen  to christen, call, name
nog  still, yet, other
nog leven  still living, surviving
nommer, nummer  number
nooit  never
Noor(s)  Norwegian
noord  north
Noorwegen  Norway
notaris  notary
November  November 
October  October
of  or
om  for, because of, at, round
oma  grandma
omstreeks  about
on-  un- (prefix)
onbekend  unknown
onder  under
ondergetekende  the undersigned
ondertrouw  betrothal (already registered)
onderwijzer  (school) teacher
ondertrouw  betrothal (already registered)
onderwijzer  (school) teacher
onderwijzeres  female teacher
onecht kind  illegitimate child
ongehuwd  unmarried
ongetrouwd  single, unmarried
ongeveer  almost, approximately
onmiddellijk  right away, immediately
onmondigen  minor, under age
ons, onze  us, our
ontvangen  to receive
ontvanger  tax collector
onwettig  illegitimate, illegal
onze, ons  us, our
oogstmaand  August
ook  also
oom  uncle
oorkonden  records, documents
oost  east
op  on, upon
opa  grandpa
opgetreden  appeared
op heden  today, on this day
op hoge leeftijd  at a great (old) age
opnemen  to receive
opper  upper
oprecht  honest
optreden  to appear
opziener  overseer, inspector, guardian
organisatie  organization, society
oud  old (age)
ouder  older, elder
ouderdom  age
ouders  parents
oudoom  great-uncle
oudste  eldest
oudtante  great-aunt
over  above, over, via
overeenkomst  contract, agreement
overgrootmoeder  great-grandmother
overgrootvader  great-grandfather
overleden  dead, deceased
overledene, de  the deceased
overlevenden  survivors
overlijden  to die
overnemen  to take over, adopt (an action)
overschrijven  to extract 
pachter  tenant farmer, leaser, one who leases
pachter van, belastingen  publican, tax collector
Palts, de  the Palatinate
Paltsgraafschap  Palatinate (the place)
paltsgraefelijk  (from the) palatinate
parochie  parish
parochieregisters  parish registers
Pasen  Easter, Passover
pastoor  pastor, minister, priest
patroon  manor lord, patron, employer
peet  godfather, godparent, sponsor
peetoom  godfather
peettante  godmother
pensionering  retirement
pest  plague, pestilence
petemoei  godmother
peten  godparents
plaag  plague, scourge
plaats  place
planter  planter, farmer
pokken  smallpox
Polen  Poland, Poles
Pools  Polish
poorter  citizen, freeman
poortersboeken  burgher registers
Portugees  Portuguese
predikant  minister, clergyman
prins  prince
prinses  princess
protestant  protestant
protocol  document, register
provinciaal  provincial
provincie  provinces
Pruis(isch)  Prussian
Pruissen  Prussia 
raad  council, counsel
recht  right (correct), straight, law, justice
rechter  judge, magistrate
rechter(zijde)  right side
rechter hand  right hand
rechterlijk  legal, court (judicial)
rechtmatig  rightful, right (correct)
rechts  right (direction)
regering  government, administration
rekeningen  accounts, bills
rentenier  retired tradesperson, man of means
rivier  river
roede  rod (unit of length, about twelve feet or 3.6 meters)
rond  around, about
rood  red
roodvonk  scarlet fever
Rooms Katholiek  Roman Catholic
ruim [ruim 80 = eighty plus years old]  large, broad, wide, upwards of
Rus(sisch)  Russian
Rusland  Russia
rijk  empire, kingdom, rich, wealthy
rijksarchief  state archive, public record office
's=des  of the
Sakser  Saxon
samen  together
schaapherder  shepherd
scheeps  of a ship (the ship's)
schenking  donation, gift
schepen  alderman, magistrate, ships
schepenakten  city council records
schilder  painter
schip  ship
schipper  barge man, boatman, skipper
schlepel  unit of measure, about .7 to 1.3 bushels
schoenmaker  shoemaker
school  school
schoondochter  daughter-in-law
schoonzoon  son-in-law
schoonzuster  sister-in-law
schriftgeleerde  scribe
schrijnwerker  cabinet maker, joiner
schrijver  scribe, writer, author
schuit  barge, boat
September  September
sinds(dien)  since
slachter, slager  butcher
slachtmaand  November
slag  hit, stroke, blow
slager, slachter  butcher
slechts  but, only, merely
sloot  ditch
slot  lock, castle
slotenmaker  locksmith
smid  (black)smith
soldaat  soldier
soms  besides, in addition to, sometimes
Spaans  Spanish
Spanjaard  Spaniard
Spanje  Spain
spoedig  quickly, soon, speedy
sprokkelmaand  February
staat  state
staats  of the state
staatsburger  citizen
stad  city, town
stamboeken  lineage books, genealogical register
stamboom  pedigree
steeds  always, still
steenbakker  brick maker, stone mason
stellen  to place, put, impose
sterven  to die
stief-  step-
straat  street
stroom  river, stream 
't=het  the
taal  language
tachtig  eighty
tachtigste  eightieth
tafel  index, table
tanden krijgen  teething
tante  aunt
te  at, to
tegelijk  together
tegen(over)  against, across
te huis  at home
teraardebestelling  burial, interment
testament  last will, testament
thuis  at home
tien  ten
tiende  tithing
tiende  tenth
tienjarige tafels  ten-year (decennial) index
tiental [tiental dagen=about ten days]  decade
timmerman  carpenter
toekomend  future
toekomstig  future
toenaam  surname
toestaan  to let, leave, allow
toestemmen  to consent
touwslager  rope maker
trouwboek  marriage book
trouwdag  wedding day
trouwen  to marry
tuberculose  consumption, tuberculosis
tuin  garden, yard
tuinman, tuinier  gardener
tussen  between
twaalf  twelve
twaalfde  twelfth
twee  two
tweede  second
tweeŽntwintig  twenty-two
tweeŽntwintigste  twenty-second
tweeling  twins
twintig  twenty
twintigste  twentieth
tyfus  typhoid fever
tyfuslijder  typhoid patient
tijd  time
tijdelijk  temporary
tijdschrift  periodical 
uit  out of, from
uiterlijk  outward, external, appearance, at the latest
uitgeven  to publish
uittrekken  extract
uur  hour, o'clock 
vaak  often
vader  father
vallende ziekte  epilepsy
van  from, of
veehoeder  herdsman
veertien  fourteen
veertiende  fourteenth
veertig  forty
veertigste  fortieth
veld  field
verdrinking  drowning
vergunning  permission
verjaardag  birthday
verklaard  declared
verklaren  to declare
verklaring  declaration, affidavit, sworn statement
verkondigen  publish (as in banns), proclaim
verlamming  paralysis, stroke
verlaten  to leave, left
verleden  past
verlof  leave (soldier's), permission
verloofd  betrothed, engaged
verloofde(n)  engaged person(s), fiancťe, fiancť
verloving  betrothal, engagement
verpandings-kohieren  tax ledger
verscheiden  to pass away or die, various, different
verschijnt  appears
verstopping  obstruction, blockage
vertering  consumption, tuberculosis
vertrokken  departed, moved, gone away
verver  dyer, house painter
verwantschap  relationship
verwijderen  to remove, to withdraw
vestigen  to settle, establish
vesting  fortress
vier  four
vierde  fourth
vierentwintig  twenty-four
vierentwintigste  twenty-fourth
visser  fisherman
vleeshouwer  butcher
vlij  marsh, swamp
V.O.C.  Dutch East Indies Company
voerman  coachman
volbracht  performed, completed, finished
volbrengen  to finish, complete
volgend  following, next
volgende dag  (the) following day
volgens  to, after, according to, follows
volkstelling  census, population records
volmacht  authorization
voltooien  to finish, complete
voltrekkingen  solemnization
vondeling  foundling
voogd  guardian
voor  for, in front of, before
vooraf(gang)  previous, preceding
voorafgaand  former
voorafgaande dag  the previous day
voorbij [voorbij gaan=gone by]  past, beyond, over
voorgaand  previous, preceding
voorheen  born (maiden name), previous, formerly
voorjaar  spring (season)
voormeld  said, stated
voormiddag  morning, forenoon (in the morning)
voornaam  given name
voorouder  ancestor
voortekening  over his signature
voorvader  ancestor, forefather
vorig  previous, preceding
vorige dag  previous day
vormer  framer, molder
vormsel  Catholic confirmation
vorst  monarch, sovereign, ruler
vorstendom  principality
vreemd  foreign, strange
vriend  friend
vrijboer  yeoman
vrijdag  Friday
vrijgezel  bachelor
vroedmeester  man who assists in childbirth
vroedvrouw  midwife
vroeg(tijdig)  early (a.m.), prematurely, untimely
vroeger  formerly, earlier
vrouw  wife, Mrs.
vrouw(spersoon)  wife, woman, female
vrouwelijk  female
V.W.C.  Dutch West Indies Company
vijf  five
vijfde  fifth
vijfentwintig  twenty-five
vijfentwintigste  twenty-fifth
vijftien  fifteen
vijftiende  fifteenth
vijftig  fifty
vijftigste  fiftieth 
waar  where
waarheen  where to
waarom  why
wagenmaker  cartwright, wagon builder, coach builder
wanneer  when
wapen  heraldic crest, coat of arms
waren  were, goods
was  was
wat  what, how
waterzucht  dropsy
weduwe  widow
weduwnaar  widower
week  week
weeskamer  orphan's court
weeskind  orphan
wegens  because of
weinig  little, small
welk(e)  which
wellicht  maybe, perhaps
werkman  laborer
west  west
wet  law
wethouder  alderman
wettelijk  legal
wettelijk kind  legitimate child
wettig  lawful, legal
wever  weaver
wie  who
wieldraaijer  wheelwright
wil  will, desire, wish, consent
wilde(n)  Indian(s) (in New York), savage(s)
willen  to want to
winkelier(ster)  shopkeeper
winter  winter
wintermaand  December
wit  white
woensdag  Wednesday
wonende  residing
woonachtig  resident, living at
woonplaats  residence, domicile, dwelling place
woordenboek  dictionary
worden  to become, be
woud  forest
wij  we
wijk  district, area, section, ward
wijlen  late (deceased), the late, blessed
wijnmaand  October 
zaken  trade, business, case, affairs
zaterdag  Saturday
ze  they, she
zeeman  sailor
zeepzieder  soap maker
zelfde  the same
zes  six
zesde  sixth
zesentwintig  twenty-six
zesentwintigste  twenty-sixth
zestien  sixteen
zestiende  sixteenth
zestig  sixty
zestigste  sixtieth
zetten  to place, put, impose
zeven  seven
zevende  seventh
zevenentwintig  twenty-seven
zevenentwintigste  twenty-seventh
zevenstigte  seventieth
zeventien  seventeen
zeventiende  seventeenth
zeventig  seventy
zie  see
ziekte  disease, illness
zomer  summer
zomermaand  June
zondag  Sunday
zonder  without
zoon  son
zoontje  little son, small son
zou  should
zuid  south
zuigeling  baby, suckling
zuivelboer  dairy farmer
zuster  sister
zwager  brother-in-law
zwakheid  weakness
zwakte  weak
zwanger  pregnant
zwart  black
zwarten  Negroes, blacks
Zweden  Sweden
Zweeds  Swedish
zwelling  swelling, tumor
Zwitserland  Switzerland
Zwitsers  Swiss
zij  she, they
zijn  its, his, to be, are
zijrivier  tributary, river, stream